De dag van het interview heeft regisseur Jia Zhangke (1970) een grote rode vlek op zijn voorhoofd. Hij is verkouden. Vandaar de rode vlek. Want als je verkouden bent - zo wil het Chinese bakerpraatje - heb je te veel vuur in je. Die rode vlek, door de regisseur zelf veroorzaakt, is een weg naar buiten voor al dat vuur.
En zo is de jonge regisseur zelf een wandelende metafoor voor het moderne China. Volledig autonoom in het maken van zijn low-budget, met digitale camera geschoten films over het veranderende China, maar wel geworteld in eeuwenoude tradities.
Die schijnbare tegenstelling is ook het belangrijkste thema in het werk van Zhangke, die eerder opviel met de films Unknown Pleasures (2002) en The World (2004). De regisseur was begin dit jaar in Rotterdam met de film Still Life, waarvoor hij in 2006 in Venetië werd onderscheiden met de Gouden Leeuw.
Still Life is een intiem docudrama dat zich afspeelt in het stadje Fengjie, in het gebied rondom de Drieklovendam. Met de bouw van de enorme Drieklovendam in de Yangtze-rivier werd in 1994 begonnen, in mei 2006 waren de bouwwerkzaamheden van de grootste waterkrachtcentrale en dam ter wereld officieel afgerond. In de tussentijd werden bijna twee miljoen mensen uit hun huizen gezet en naar elders verplaatst.
Twee mensen gaan op dit breekpunt van de Chinese geschiedenis op zoek naar verloren geliefden. Mijnwerker Han Sanming besluit na 16 jaar dat hij zijn weggelopen vrouw Missy, en vooral hun dochtertje wil terugzien. Maar als hij aankomt in Fengjie ontdekt hij dat het huis waar ze zouden moeten wonen al onder water ligt. Sanming besluit tussen de ruïnes van Fengjie te blijven wachten op hun terugkeer.
Shen Hong wacht al twee jaar vergeefs op nieuws van haar echtgenoot, die ergens in de buurt van de Drieklovendam werkzaam zou moeten zijn. Hoop op verzoening heeft ze niet, ze wil haar man vooral vinden om hem in zijn gezicht te kunnen vertellen dat het over is tussen hen.
'Toen we in september 2005 in Fengjie aankwamen was de helft van de bewoners al weg,' herinnert Zhangke zich : 'en wie er nog was, was bezig om de gebouwen af te breken. Dat moest met de hand gebeuren, want als je dat met machines zou doen kon je de stenen niet hergebruiken. Er heerste een heel onwerkelijke sfeer. Mensen waren bezig hun eigen huizen af te breken, om die later ergens anders weer op te bouwen.'
Waarom was u naar Fengjie gegaan?
'Een vriend van mij die schilder is was
ging daar heen om portretten te maken van een aantal arbeiders. Ik ging met hem
mee om een documentaire over dat project te maken, maar na een dag of tien
besefte ik dat ik getuige was van een nieuw hoofdstuk in de geschiedenis van
China en dat ik daar absoluut meer mee moest doen.
Kon u daar zo maar
filmen?
'Ik dacht van tevoren wel dat de overheid problemen zou maken, maar
er waren in dat gebied allemaal ruïnes, er was instortingsgevaar en kans op
ziektes, dus er was niemand van de overheid die daar naartoe wilde om ons te
komen controleren.
Was u niet bezorgd over de veiligheid van uw eigen crew
?
'Met mijn crew is gelukkig niets gebeurd. Met een van de mensen die in de
film speelt wel. Hij ging na de film door met zijn sloopwerkzaamheden en is
daarbij gewond geraakt. En in de documentaire Dong, die ik over het
schilderproject van mijn vriend maakte, kan je zien hoe een van de arbeiders om
het leven komt.'
U werkte met niet-professionele acteurs?
'Een van de
actrices, Wang Hong-wei, is professioneel. Verder zitten er drie mensen in die
ook in al mijn andere films zitten, maar dat kan je moeilijk professionele
acteurs noemen, want ze kunnen niet leven van het acteren. De rest heb ik daar
gevonden.'
Hoe kreeg u ze zover dat ze wilden meespelen?
'Het
grootste probleem was de taal, want het dialect in Fengjie is anders dan wat ik
spreek. Na de opnamen probeerde ik steeds met mensen in contact te komen, door
samen karaoke te zingen enzo.'
Tussen de ruïnes?
'Naast de ruïnes,
iets hoger gelegen, is een heel nieuwe stad opgebouwd.'
Het oude China
wordt afgebroken, en een nieuw China zal moeten ontstaan. Deze film is tamelijk
kritisch over die ontwikkeling. Waarom?
'De film levert geen kritiek op de
verandering. Verandering kan goed of slecht zijn. Het grote probleem is dat wat
in Europa en de VS 100 jaar mocht duren, in China in 10 jaar moet gebeuren. Er
wordt geen rekening gehouden met wat dat voor effect heeft op gewone mensen.
Historische gebouwen en publieke ruimten worden in sneltreinvaart afgebroken en
zo verliezen we onze geschiedenis. We worden een volk zonder wortels.'
Zijn er ook verbeteringen?
'Natuurlijk. In de nieuwe stad zijn er allemaal
technische verbeteringen. Er is stromend water, riolering, zaken die er in de
oude stad niet waren. Elke film die zwart wit commentaar levert op de
veranderingen in China is geen goede film. Op het moment is China heel complex
en daar kan je geen simpele uitspraken over doen. Dingen zijn niet goed of
slecht.'
Ziet de Chinese regering deze film als kritiek?
'Dat ik
überhaupt in dat gebied heb gefilmd is al iets wat de regering niet wil. Maar
een film moet uiteindelijk ook een film zijn. Het kan niet alleen een sociale
relevantie hebben, maar moet ook artistiek van belang zijn.'
Maar in China
kijkt de regering toch vooral naar de sociale relevantie?
'Hoe de overheid
zich voelt kan me niets schelen, want het kan de overheid ook niets schelen hoe
ik me voel. Hahaha.'
Bent u niet bang om net als collega Lou Ye een
filmverbod van vijf jaar opgelegd te krijgen?
'Natuurlijk zit ik er wel
over in, maar het zou veel erger zijn als ik, terwijl ik me daar zorgen over
maak, allemaal compromissen zou sluiten.'
U heeft niet het gevoel dat het
zwaard van Damocles boven uw hoofd hangt?
'Nee. De overheid heeft zich deze
keer ook nauwelijks met de film bemoeit. Uiteindelijk oordeelden ze dat ik
vooral een economisch probleem had laten zien. Er zijn in China veel mensen die
dit soort films in bescherming willen nemen. Die zien iedere dag om zich heen
vergelijkbare dingen gebeuren. Vergeet niet: ook het politieke systeem bestaat
uit mensen.'