Best opmerkelijk, want de vorige keer werd het enthousiasme van de fans
beloond met niet één, niet twee, maar drie ferme klappen in het gezicht. De
zogenaamde prequel-trilogie – tevens bestaand uit Attack of the Clones (2002) en
Revenge of the Sith (2005) – bleek een volstrekt zielloze bedoening.
Dat die teleurstelling nu massaal uit het geheugen lijkt te zijn gewist,
bewijst maar weer hoe geliefd de oorspronkelijke trilogie (1977-1983) nog altijd
is. De makers van The Force Awakens – nadrukkelijk zónder Star Wars-grondlegger
en regisseur van de prequels George Lucas – zijn zich daar evident van bewust.
Regisseur J.J. Abrams, die in 2009 ook al de Star Trek-reeks succesvol nieuw
leven in blies, lijkt een duidelijke opdracht te hebben gekregen: verwijs zo
veel mogelijk naar de oude films en negeer de prequels.
Zo gezegd,
zo gedaan. The Force Awakens is pure nostalgie geworden. Maar niet van het
vervelende soort. Sterker: de film kan zich qua spektakel, humor, avontuur – en
jawel: magie – makkelijk meten met de vroege films.
Je kan er
hooguit op tegen hebben dat het allemaal niet heel verrassend meer is. De plot (
die we niet te uitgebreid uit de doeken zullen doen, al is het maar om de
diehards te vriend te houden) heeft wel erg veel weg van het verhaal van de
eerste Star Wars-film uit '77. Er is zo'n dertig jaar verstreken sinds Darth
Vader en zijn Empire zijn uitgeschakeld, maar inmiddels is er een nieuw rijk der
duisternis opgestaan: The First Order, met als boegbeeld Vader-epigoon Kylo Ren
(Adam Driver). De rebellen – nu bekend als The Resistance – zijn hard op zoek
naar Luke Skywalker, de laatste Jedi en dus laatste hoop voor het universum, die
onder geheimzinnige omstandigheden is verdwenen.
Zoals de actie in
A New Hope in gang werd gezet door een droid met een boodschap van Princess Leia
, is er nu een droid (BB8, de schattigste robot sinds Wall-E) die een aanwijzing
over de verblijfplaats van Luke bij zich draagt. BB8 kruist het pad met diverse
nieuwe personages: gedeserteerde stormtrooper Finn (John Boyega), piloot Poe (
Oscar Isaac) en woestijnschoffie Rey (Daisy Ridley). Vooral die laatste, die in
deze trilogie de belangrijkste rol lijkt te gaan spelen, is een aanwinst: een
stoere, charismatische heldin.
Voorstellingen die al weken zijn uitverkocht, volwassen kerels in carnavalskostuums die elkaar met speelgoedzwaarden te lijf gaan, gespeculeer over box-office-records – de gekte rond Star Wars: The Force Awakens lijkt verdacht veel op de gekte voorafgaand aan dat eerdere Star Wars-vervolg, The Phantom Menace, in 1999.
Toch is het plezier pas
echt compleet wanneer oudgedienden Han Solo (Harrison Ford) en Chewbacca (Peter
Mayhew) op den duur hun intrede doen. Ford blijkt geen veredelde cameo te spelen
maar een heuse hoofdrol, en omdat we al zo lang met zijn norse held hebben
meegeleefd zorgt hij voor een paar van de meest komische én ontroerende momenten
in de film.
Humor en emotie, de elementen die zo werden gemist in
de prequels: The Force Awakens zit er vol mee. Zeker, de sets zien er
fantastisch uit en de actie is van een prettig ouderwetse degelijkheid, maar
daar moet de film het uiteindelijk niet van hebben. De scènes waarin we echte '
star wars' voorgeschoteld krijgen – ruimteschepen die elkaar achterna zitten en
pieuw pieuw doen – worden zelfs al gauw een beetje saai (ook geheel in lijn met
vroeger trouwens).
Nee, het is de menselijke factor in The Force
Awakens die de fans met Han Solo zal doen verzuchten: 'Chewie, we're home.'