James Mangold baseerde zijn biopic A Complete Unknown op het boek Dylan Goes Electric! van Elijah Wald. We volgen Bob Dylan vanaf 1961 tot en met 1965, toen zijn optreden op het Newport Folk Festival voor een keerpunt in de rockgeschiedenis zorgde.

Op de avond van 25 juli 1965 stapte Bob Dylan het podium op van het Newport Folk Festival en barstte los met ‘Maggie’s Farm’. Hij was, voor hem ongewoon, niet alleen. Achter hem stond The Paul Butterfield Blues Band, een stel jonge muzikanten uit Chicago, onder wie leadgitarist Mike Bloomfield. Hun sound was hard, agressief en elektrisch versterkt. Ook Dylan had zijn akoestische gitaar vervangen door een Fender Stratocaster.

De impact loog er niet om. Het publiek ging massaal joelen en fluiten, zodat Dylan na nog twee nummers alweer afdroop. En achter het podium kon een woedende Pete Seeger, de godfather van de Amerikaanse folkmuziek, wild om zich heen zwaaiend met een bijl nog net worden weerhouden van het doorhakken van de elektriciteitskabels die dat gitaargeweld mogelijk maakten.

Dit is de extreme versie van een verhaal dat later eindeloos opnieuw is verteld, in steeds andere variaties. De details van wat er toen werkelijk is gebeurd, zullen nooit allemaal helder worden. Wat wél bekend is, is in 2015 definitief opgetekend door muziekhistoricus Elijah Wald in het boek Dylan Goes Electric!, met als ondertitel ‘Newport, Seeger, Dylan, and the Night That Split the Sixties’.

Dat boek is de basis voor de speelfilm A Complete Unknown – sinds 20 februari te zien in de bioscoop – van regisseur James Mangold. De hoofdrol is voor Timothée Chalamet, die Bob Dylan speelt in de periode vanaf januari 1961, toen hij als negentienjarige naar Greenwich Village in New York kwam, tot aan dat Newport Folk Festival vier jaar later.

Edward Norton als Pete Seeger (links) en Timothée Chalamet als Bob Dylan in A Complete Unknown

Volwassenwording

Het kernthema van Elijah Walds boek is hoe Bob Dylan in Newport, met zijn eerste optreden ooit met een elektrische gitaar, de volwassenwording inluidde van rockmuziek als serieus artistiek genre. Dat optreden zelf krijgt in A Complete Unknown alle aandacht, alsof je er als bioscoopbezoeker zelf bij bent, die zomeravond zestig jaar geleden in Newport, een kustplaats in de staat Rhode Island, drie uur rijden boven New York.

Maar de échte betekenis van wat er die avond gebeurde, als sleutelmoment in de muziekgeschiedenis, vinden we alleen in Elijah Walds Dylan Goes Electric! zelf. Dit is een verhaal met veel lagen en met veel voorgeschiedenis. Hiervan een speelfilm maken die óók voor niet-Dylanologen onderhoudend is, kan alleen door veel dingen weg te laten. James Mangold heeft dit goed begrepen.

Folkmuziek was traditioneel akoestische muziek, dus nooit kunstmatig versterkt. Anders was het geen folk meer en daarmee evenmin het geluid van de bijbehorende progressieve en idealistische levenshouding, maar ordinaire popmuziek of rock-’n-roll. De consternatie die Dylans elektrische ketterij teweegbracht, komt in A Complete Unknown vooral tot leven in hoe een van nature zachtmoedige Pete Seeger – toen 46 – zijn zelfbeheersing verliest. Niet met een bijl, want dat is nooit bevestigd, maar veel scheelt het niet (een prachtrol van Edward Norton).

Wat in de film minder tot zijn recht komt, is de reactie van het Newportpubliek. Dat had om te beginnen beter kunnen weten. Kort daarvoor had Dylan namelijk een langspeelplaat uitgebracht, Bringing It All Back Home, waarvan één kant al ‘elektrisch’ was. En dat publiek was ook verdeeld. Er werd geprotesteerd en er was boegeroep, maar er werd ook gejuicht en gedanst.

Ambitie en attitude

Het Newport Folk Festival in 1965 was niet de eerste breuk in de geschiedenis van Amerikaanse folkmuziek. Die geschiedenis ging toen al een eeuw terug, maar vanaf 1960 was er ineens een regelrechte folkrevival. Voor het eerst veroverden folkmuzikanten de nationale hitlijsten, met commercieel grote namen zoals het trio Peter, Paul and Mary. Hun muziek was aanstekelijk melodisch, met mooie closeharmonyvocalen. Voor een minderheid van puristen was dit echter geen folk meer, maar folkpop, die drieledig niet deugde.

‘Echte’ folk beperkte zich tot uitsluitend traditionele songs, lang geleden ontstaan in afgelegen plattelands- en bergstreken, met name in het Zuiden van de Verenigde Staten. Het was daarom heiligschennis om zelf nieuwe folknummers te schrijven. In een stijl die bovendien niet ‘oorspronkelijk-ongepolijst’ was, maar juist makkelijk in het gehoor lag. En met geëngageerde teksten, over onderwerpen die in de oertijd van de folk nog helemaal niet speelden, zoals vakbondsstrijd, actie tegen rassendiscriminatie en de dreiging van een atoomoorlog.

Ook Pete Seeger loopt in deze vernieuwing voorop, met eigen composities zoals zijn antioorlogsnummer ‘Where Have All The Flowers Gone?’ uit 1955, dat ook buiten de folkwereld wordt omarmd, tot en met een coverversie door Marlene Dietrich. En als die Pete Seeger dan begin 1961 in New York City een jongeman onder zijn hoede neemt die net is komen aanwaaien vanuit Minnesota – met een gitaar, een hoop ambitie en een overdosis attitude – dan is het niet verrassend dat diezelfde jongeman, die zich Bob Dylan noemt, zelf óók al snel grenzen gaat verleggen.

‘Blowin’ in the Wind’ bombardeert Dylan meteen tot de ‘stem van een generatie’ – iets waar hij totaal niet op zit te wachten

A Complete Unknown

The Beatles

Dit gebeurt eerst met een explosie van songwriting, aangemoedigd door het platencontract dat Dylan al in 1962 krijgt bij het grote CBS-label. Ook hij schrijft dan vooral nog actuele nummers. Zijn als protestlied ontvangen ‘Blowin’ in the Wind’, begin 1963, maakt van hem een muzikale grootverdiener doordat de cover van Peter, Paul and Mary de tweede plaats bereikt in de Billboard Hot 100. Dit bombardeert hem meteen tot de ‘stem van een generatie’ – iets waar hij totaal niet op zit te wachten.

Dit maakt A Complete Unknown indringend duidelijk: dat die jonge Bob niet alleen een arrogante kwast was die zijn vriendinnen als voetvegen behandelde, maar ook iemand die zich door niemand liet beperken in zijn artistieke autonomie. Dus sloeg hij al snel zijn vleugels uit en begon ook songs te schrijven over voor folkliefhebbers veel te onbenullige onderwerpen, zoals problemen in de liefde. Met als onvermijdelijk eindpunt zijn breuk met dat taboe op elektriciteit.

Dit kwam ook door The Beatles. Hoe die begin 1964 Amerika veroverden, ging niet voorbij aan een jongeman die in zijn middelbare-schooljaren in het verre Hibbing, Minnesota, al in een eigen rock-’n-rollbandje speelde. Dat fundament van drie elektrische gitaren op vroege megahits als ‘She Loves You’ en ‘I Want to Hold Your Hand’ maakte ook op Dylan grote indruk. Daarna volgde een eerste ontmoeting in New York, toen The Beatles in september 1964 opnieuw in de VS waren, waarbij het vooral met John Lennon klikte. Op het daaropvolgende Beatlesalbum – Help!, dat in augustus 1965 verscheen – stonden ineens veel nummers in een folkachtige stijl en met dylaneske teksten.

Beïnvloeding

Die beïnvloeding werd steeds meer wederzijds, tussen Dylan en The Beatles en tussen Dylan en andere vroege rockbands. Vanaf toen was een definitieve fusie, in een nieuwe, volwassen rockmuziek, nog maar een kwestie van tijd: tussen dat krachtige, vrolijke gitaarwerk, en de poëtisch, literair en ‘diepgaand’ bedoelde teksten van de door rockmuzikanten zwaar vereerde Dylan. Al in april 1965, drie maanden voor Newport, werd ‘Mr. Tambourine Man’, de tweede single van The Byrds, een nummer 1-hit in Amerika. Die song stond eerst al op de akoestische kant van Dylans Bringing It All Back Home, maar The Byrds maakten er gelikte folkrock (die term was toen al in opmars) van, gedreven door Roger McGuinns twaalfsnarige Rickenbacker. Twee singles later werden The Byrds opnieuw nummer 1, ditmaal met een elektrische versie van Pete Seegers ‘Turn! Turn! Turn!’ Ook Bob Dylan had toen al doorgepakt, want in augustus 1965 kwam het onvervalste rockalbum Highway 61 Revisited uit.

In augustus 1966 stopten The Beatles met optreden, na een laatste concert in San Francisco, omdat ze genoeg hadden van die eeuwige orkaan van gillende tienermeisjes. Drie jaar later keerden The Rolling Stones terug naar de Verenigde Staten, na drie jaar afwezigheid, en alles bleek anders. Die tournee werd een groot succes, met 24 uitverkochte concerten voor een publiek van jongvolwassenen die met maar één doel naar de Stones gingen: om aandachtig naar ze te luisteren.

Voor Elijah Wald staat in Dylan Goes Electric! vast dat dit nooit zou zijn gebeurd zonder Bob Dylan. Met als scharnierpunt die zomeravond in Newport in 1965 – het moment ‘dat rock zich openbaarde, als een genre apart van rock-’n-roll’, als de duurzame opvolger van folk als ‘serieuze, intelligente stem van een generatie’.

A Complete Unknown

A Complete Unknown draait momenteel in de bioscoop

elke vrijdag