Het nieuwe seizoen van VPRO Cinema Extra trapt af met een speciale aflevering over animators. James Baxter (The Lion King) doet zijn fascinerende werkwijze uit de doeken.

In het Barbican Centre, een multifunctioneel theater in het hartje van Londen, vond afgelopen jaar In Motion plaats, een festival gericht op de kunst van animatie en special effects, georganiseerd door het Nederlandse instituut Playgrounds.

Een van de grote namen die dat jaar op het affiche prijkten van het door Europa reizende festival was James Baxter, een Engelse animator die gedurende zijn imposante carrière onder andere meewerkte aan films als Kung Fu Panda (2008), The Lion King (1994) en Beauty and the Beast (1991).

De in Bristol opgegroeide Baxter werd verliefd op cinema en animatie toen hij als kind de Star Wars-films zag, vertelt hij in de eerste aflevering van het nieuwe seizoen van VPRO Cinema Extra, dat naar Londen afreisde om de gevierde animator te spreken. Het was niet zozeer het verhaal over een intergalactische strijd en de met lichtzwaarden zwaaiende helden dat hem interesseerde, het was vooral de bijzondere manier waarop dat verhaal verteld werd met behulp van animatie en special effects wat zijn aandacht trok. ‘Ik wilde geen Luke Skywalker zijn, ik wilde weten hoe de filmmakers zoiets ongelofelijks konden creëren.’

Beauty and the Beast (1991), geanimeerd door James Baxter

Een studie op de kunstacademie volgde, die Baxter echter al na een jaar afbrak. Niet omdat hij het er niet naar zijn zin had, maar omdat hij werk had gevonden. En niet zomaar werk: de toen nog maar 21 jaar oude Baxter mocht het animatieteam komen versterken van de film Who Framed Roger Rabbit (1988), een komedie van regisseur Robert Zemeckis (Forrest Gump) die goed zou zijn voor drie Oscars. De film werd geprezen vanwege de bijzondere combinatie van live-action en animatie: er zaten zowel acteurs van vlees en bloed als getekende personages in de film.

Zo startte Baxter zijn carrière meteen al met een grote Hollywoodklus, waarbij hij leerde te werken in teamverband en hij vele meters maakte als beginnend animator. Hij leerde bovendien hoe je getekende 2D-animaties kon combineren met 3D-beelden, iets wat hem een aantal jaren later goed van pas kwam in misschien wel de beroemdste scène die Baxter animeerde: de dansscène in de balzaal uit Beauty and the Beast.

In VPRO Cinema Extra vertelt Baxter niet alleen over hoe hij dat sterke staaltje animatie voor elkaar kreeg – hij tekende duizenden keren een bewegende Belle – hij laat het ook zien in schetsen die hij tijdens de uitzending maakt.

Een ander hoogtepunt in de aflevering is wanneer Baxter vertelt over zijn bijdrage aan How to Train Your Dragon 2 (2014), waarvoor hij het door Cate Blanchett ingesproken personage Valka mocht animeren. Het ditmaal met de computer gemaakte figuur kwam namelijk mede tot stand door acteerwerk van Baxter, die video-opnames maakte van zichzelf in de rol van Valka, en die als referentie gebruikte.

Naast potlood, papier en een computer, moet je als animator soms dus ook beschikken over acteertalent, zo maakt Baxter op aanstekelijke manier duidelijk. ‘Voor dat soort werk moet je als animator kunnen voelen wat het personage voelt, en kom je het dichtst bij de ervaring van een echte acteur.’

elke vrijdag