Hij is net een paar dagen terug van zijn laatste reis naar Oekraïne en inmiddels druk bezig met de montage van zijn nieuwe serie Van Moskou tot Maidan, maar vandaag zorgt Jelle Brandt Corstius voor zijn dochter, die – zoals iedereen deze januari – griep heeft. Gelukkig heeft hij tussendoor een uurtje de tijd voor de VPRO Gids. In een café in Amsterdam-Oost legt hij uit waarom hij de oorlog in wilde en vertelt hij over wc-papier van Russische romans, de inflatie van het luchtalarm en nog veel meer.
In Van Moskou tot Maidan laat Jelle Brandt Corstius zien hoe het Oekraïne is vergaan sinds de Russen drie jaar geleden binnenvielen. Hij treft een land aan vol trauma’s, maar ook vol veerkracht en onverstoorbaarheid. ‘Oekraïners maken er altijd het beste van.’
Als ’s nachts het luchtalarm ging, overlegde ik steeds met de ploeg: gaan we de kelder in of niet?
De titel van de serie moeten we overigens niet letterlijk nemen: hij begint zijn reis deze keer niet in Moskou. Het is een verwijzing naar zijn eerdere Ruslandreisseries – Van Moskou tot Magadan (2009) en Van Moskou tot Moermansk (2010) – en het geeft aan dat zijn focus verlegd is van Rusland naar Oekraïne.
‘Nee, ik kom Rusland niet meer in,’ verduidelijkt Brandt Corstius. ‘Tenminste, ik gá Rusland niet meer in – ik weet niet of ik er nog in kom, maar het is geen optie meer voor me. Ik volg het nieuws over Rusland ook nog maar matig, daar zie ik het nut niet meer zo van in.’
Veel Oekraieners zijn overgeschakeld van het Russisch naar het Oekraiens. Zoals ook Irina uit het dorp Loekashivka. Aan het begin van de oorlog zaten er Russische soldaten in haar huis ingekwartierd. Toen ze wegtrokken hebben ze haar huis geplunderd.
Toen ik je twee jaar geleden sprak over 'Langs de nieuwe zijderoute', de serie die je samen met Ruben Terlou maakte, vertelde je dat jij en andere oud-Ruslandcorrespondenten sinds de inval in Oekraïne een soort liefdesverdriet voelden – alsof Rusland de verkering plotseling had uitgemaakt.
Brandt Corstius: ‘Ja, dat is nog steeds zo, alleen is dat liefdesverdriet nu meer verwerkt. Toen was er nog sprake van rouw, maar dat heb ik nu niet meer. Het is gewoon klaar, die relatie. En er moeten wel heel gekke dingen gebeuren voordat de liefde weer terugkeert, voordat ik er überhaupt weer heen zou gaan. Want Poetin is natuurlijk niet het probleem. Poetin is gewoon een product van het Russisch imperialisme en als hij er niet meer is, staat er een volgende Poetin klaar. Als je vooruitkijkt is de enige realistische optie voor de Oekraïners doorgaan met wat ze nu doen. En dat is ellendig, want ze zijn aan het verliezen en elke dag gaan er veel mannen dood in die oorlog. Maar ze kunnen niet anders. Dat probeerde ik onlangs ook in Bar Laat uit te leggen: iedereen wil natuurlijk heel erg graag vrede, niemand wil oorlog, maar een wapenstilstand zie ik niet voor me. Dan moeten er veiligheidsgaranties komen, dus dan moet je Oekraïne vol met wapens en vliegtuigen storten en je moet soldaten uit andere landen langs de grens zetten – iets wat Poetin nooit zou accepteren. En waarom zou hij ook? Hij is aan de winnende hand.’
Wilde je eigenlijk meteen naar Oekraïne toen de oorlog was uitgebroken?
‘Ja, alleen heeft het nog wel een jaar gekost om de NPO hiervan te overtuigen. We kregen te horen: er gaan al zo veel cameraploegen naartoe... Maar die houden zich toch vooral bezig met het geopolitieke, het militaire. Ook belangrijk natuurlijk, maar ik wil dieper graven en laten zien wat er speelt bij de Oekraïners zelf. En breder kijken dan: Russen zijn klootzakken, Oekraïners zijn zielig, die krijgen allemaal bommen op hun kop. Dat weten we nu wel.’
Student aan de kunstacademie in Kyiv. Een paar dagen voor de opnames werd de academie verwoest door een Russische raketaanval. Op de dag van de opnames kregen studenten de opdracht het puin van hun eigen academie te tekenen.
Je ging voor het eerst naar oorlogsgebied, hoe was dat voor het thuisfront?
‘Als mijn vriendin het niet had gewild, was ik nooit gegaan. Maar Marscha weet dat het gewoon onderdeel is van mijn werk, ook al vindt ze het natuurlijk niet leuk. Zelf vond ik het vooral ingewikkeld wat ik wel en niet kon delen vanuit daar. Toen we naar het front gingen heb ik dat bijvoorbeeld op de ochtend zelf even bij Marscha ingesproken – bewust niet al de avond daarvoor, zodat ze niet wakker ging liggen. Maar het was zeker spannend, voor ons allemaal. Ik hield vooral contact via voicememo’s, want bellen komt vaak net niet goed uit en dan krijg je van die geforceerde gesprekken. En voor de kinderen werkt iets opnemen al helemaal beter dan live telefoneren. Voor hen is het overzichtelijk als er gewoon één ouder is. Als er ook nog eentje op afstand via videobellen meepraat, werkt dat onrustig en verwarrend, dus dat doen we al jaren niet meer. In plaats daarvan maak ik die voicememo’s, als een soort podcastje voor thuis.’
En hoe was het voor jou om in oorlogsgebied te werken? In een van de afleveringen zien we je nogal gelaten de schuilkelder in gaan als het luchtalarm afgaat.
‘Tja, Oekraïne is een enorm land: het front is misschien dertig kilometer breed, maar daarachter heb je dan nog duizend, vijftienhonderd kilometer waar je buiten artilleriebereik van de Russen bent. Maar goed, je hebt elke dag die dreiging van raketten en drones, dat maakt het wel echt een ander soort productie. Elke keer moet je inschatten: wat zijn de risico’s? Als ’s nachts het alarm ging, overlegde ik steeds met de ploeg: gaan we de kelder in of niet? Want je kan gewoon niet elke keer de kelder in. Dat hadden we ons op de eerste reis wel voorgenomen, maar dan heb je keer op keer nachten waarin je niet slaapt en zo kan je helemaal niet werken. Dus na de eerste reis zijn we bepaalde Telegramkanalen gaan volgen waarop je zo’n beetje kan zien wat er op je af komt vliegen. Dan kun je inschatten van: o, het zijn Shaheddrones, die raken alleen hoge gebouwen, dus we blijven maar even liggen. Of: hé, het zijn kruisraketten – en dan moet je dus binnen acht minuten beneden in de schuilkelder zijn. Tijdens de laatste reis ging het luchtalarm af terwijl ik via de Headspace-app aan het mediteren was en toen dacht ik dus: eerst even deze meditatie afmaken, haha. Dat is wat oorlog met je doet en het valt niet uit te leggen als je er eenmaal weer uit bent. Als je daar woont ga je trouwens nog veel minder vaak de schuilkelder in, anders hou je het niet drie jaar lang vol.’
Grenspatrouille bij de Tisa-rivier op de grens met Roemenië. Op deze plek proberen veel Oekraïense mannen de rivier over te steken om aan de oorlog te ontsnappen. Veel mannen verdrinken tijdens deze ontsnapping.
Ben je niet bang geweest?
‘Zeker wel. De kans dat er iets op je hoofd terechtkomt is buitengewoon klein, maar hij is niet nul.’
Zou je geschikt zijn als oorlogscorrespondent?
‘Nee. Dan zit je binnen artilleriebereik. Dat hebben wij meegemaakt in Kherson en dat vond ik echt niet zo relaxt. En hoe dichter je bij het front komt, hoe dichter de fog of war is, oftewel: hoe minder je snapt van die hele oorlog. Dus nee, die ambitie heb ik niet. Ik ga liever meer de diepte in en vertel de verhalen die de afgelopen drie jaar nog niet verteld zijn, bijvoorbeeld over de cultuurstrijd om de Oekraïense taal.’
Kon je je redden met je Russisch? Of heb je Oekraïens geleerd?
‘Nou, dat was nog een heel gevecht. Ik ben nu 46 en ik merk dat de plasticiteit van mijn hersenen niet meer optimaal is. Ik dacht: ik doe dat nog wel eventjes, maar het viel vies tegen. Russisch en Oekraïens zijn verwant, maar toch heel anders. Het is een beetje zoals Duits en Nederlands: de overeenkomsten die nét niet overeenkomen maken het verneukeratief. Mij strategie was om steeds aan het begin van het interview te vragen: is het oké als ik in de taal van de bezetter praat? En dan gooide ik er wel allerlei Oekraïense woorden tussendoor, dat hielp. De Oekraïners doen dit namelijk zelf ook: niemand spreekt zuiver Oekraïens, niemand spreekt zuiver Russisch – het is één groot schemergebied. Als ze horen dat jouw percentage Russisch wat hoger is, merk je dat ze hun eigen percentage ook wat omhooggooien. Zo probeert iedereen je tegemoet te komen. En dat maakt het dus zo raar dat er Russische literatuur wordt ingezameld voor de papierfabriek. Daar wordt wc-papier van gemaakt voor het Oekraïense leger, dit hebben we ook gefilmd. Ik snap wel waar dat vandaan komt, maar ik vraag me af of het de eenheid van het land ten goede komt als er straks vrede of een wapenstilstand is. Want er zijn nog steeds wel – vooral oudere – Oekraïners die Russisch spreken. En ook het neerhalen van standbeelden, zoals dat van Poesjkin, snap ik enerzijds wel, want Poesjkin is een product van Russisch imperialisme. Maar aan de andere kant: hij is óók gewoon een schrijver.’
Een komkommerboer in het dorp Posad Pokrovke in de buurt van de stad Kherson. Dit dorp lag aan het begin van de oorlog op de frontlijn en werd compleet verwoest. Een aantal mensen keerde terug, waaronder deze boer, om een nieuw bestaan op te bouwen. Voor boeren is het lastig, omdat het land voor een groot deel nog bezaaid is met mijnen.
Zijn Oekraïners eigenlijk anders om te interviewen dan Russen?
‘Ja. Ze lijken veel meer op Europeanen, in de zin van: gewoon steady. In Rusland heb je voortdurend dat mensen je niet vertrouwen, dat je wordt lastiggevallen of op het politiebureau belandt. Dat soort dingen hebben we hier totaal niet gehad. Maar Russen hebben ook die pieken die zo leuk zijn, en onverwachte dingen: dat er bij iemand een eland op het balkon staat, waar hij elke dag een stukje vanaf snijdt in de winter – iets van dat kaliber zijn we nog nooit tegengekomen in Oekraïne. Oekraïners maken er altijd beste van: ze maken geen puinzooi van hun eigen dorp, ze verwachten niet dat de staat het wel allemaal oplost. Ze zijn veel individualistischer en minder fatalistisch. Nederlanders denken misschien: wat maakt het allemaal uit, Rusland, Oekraïne, één pot nat, maar dat is absoluut niet zo. Ik snap heel goed waar de Oekraïners voor vechten.’
In je serie zien we inderdaad hoe de Oekraïners onvermoeibaar hun land blijven repareren en doorgaan met hun leven. Je gaat bijvoorbeeld ook naar een geboortekliniek.
‘Ja, de jonge ouders daar zeiden: het eerste jaar van de oorlog zou het niet in me zijn opgekomen om een kind op de wereld te zetten, maar nu… Je kunt je leven niet jarenlang op pauze zetten. Die onverstoorbaarheid waarmee de Oekraïners verder leven, kapotte dingen weer maken en elke dag gewoon opnieuw beginnen – dat vind ik echt heel bijzonder. Je kunt zeggen dat de Oekraïners aan de verliezende hand zijn, maar je kunt het ook omdraaien en vaststellen hoe ongelofelijk knap het is dat ze, na drie jaar oorlog met zo’n groot en machtig land, nog maar twintig procent van hun grondgebied kwijt zijn.’
Veteraan Serhij verloor zijn beide benen aan het front. Elke nacht wordt hij naast zijn bad wakker omdat hij nachtmerries heeft over inkomend vuur, dat hij probeert te ontwijken. Een groot deel van de bevolking kampt met problemen vanwege PTSS
Maar ten koste van wat? Er zit ook veel trauma in je serie, bijvoorbeeld van veteranen.
‘Ja, een groot probleem is nu het trauma van de Oekraïense mannen die terugkomen van het front. Met alle gevolgen van dien: huiselijk geweld, scheidingen, alcoholisme, drugs. Maar ze kunnen hun trauma niet verwerken, want ze zitten er nog middenin. En er hoeft maar dát te gebeuren of iemand begint te huilen. Dan kun je denken: oeh, mooie televisie. Maar als iedereen de hele tijd aan het huilen is, zit je in de montage van: jezus, alweer tranen, dit gaat niet. Tijdens de laatste reizen wist ik wel ongeveer bij wat voor soort vragen mensen zouden volschieten en dan ontweek ik die maar, want het was niet te doen. Normaal ga je als tv-maker juist naar die momenten op zoek, maar nu was het too much. Een Oekraïner zei ook tegen me: “We hebben geen PTSS, we hebben TSS.”’
Toch zien we, net als in je eerdere series, ook grappige en absurde scènes.
‘Ja, ik wil graag een beetje humor in elke aflevering. Want één grote bak ellende is niet te verdragen. Helemaal met Gaza, en nu weer de verkiezing van Trump: er is zo veel shit. Ik heb echt geprobeerd om ook wat lichtere noten te raken. Zelfs in een oorlog kan dat. Of misschien wel júíst; ik heb heel veel gelachen met de ploeg. We sliepen bijvoorbeeld soms op zulke gekke plekken. De hotels waar journalisten normaal komen, daar kun je niet meer heen, want die worden nu juist getarget. Daarom we verbleven op een gegeven moment in een bordeel, en dat was al grappig genoeg, maar de schuilkelder was ook nog eens een nachtclub. Dus ja, ik heb zoveel gelachen, ook wel als ontlading, we hebben samen echt veel lol gehad. Je merkt ook dat de Oekraïners intens leven, want elke dag kan je laatste zijn. Dat nachtleven in Kyiv, joh, dat is fantastisch. Het is dansen op de rand van de vulkaan. Ja, ik heb ook echt een hele goeie tijd gehad. Weer zo’n aspect van oorlog dat niet valt uit te leggen. Maar het was wel zo.’
Van Moskou tot Maidan
zondag 23 februari
NPO 2 20.25-21.10
veel gelezen
-
- Documentaire 'Heb je geen kinderen?' bevraagt de heilige status van het moederschap
- Inzichtelijke docu doorloopt het leven van de magistrale kunstenaar Louise Bourgeois
- The Bibi Files: Geheime opnames tonen Netanyahu’s ware gezicht
- Martin Parr: 'Ik ben altijd op zoek naar die zes tot acht foto’s per jaar die lukken'
- Sunny Bergman: ‘Daders van seksueel geweld kunnen heel gewone mannen zijn’