Als dochter van Poolse migranten verbleef schrijver en filosoof Alicja Gescinska (Warschau, 1981) op haar zevende enkele maanden in een Brussels asielzoekerscentrum. Haar ouders waren hun thuisland ontvlucht, waar als gevolg van het wankelende communistische bewind grote economische en sociale onrust heerste. De herinneringen aan die eerste periode in België, schrijft Gescinska op haar website, ‘hebben zich diep en blijvend in mijn geest genesteld. (...) Al op jonge leeftijd heb ik een antwoord moeten vinden op vragen over mijn identiteit: wie ben ik, wat doe ik hier, waar kom ik vandaan, waar wil ik heen?’
Het zijn vragen die weerklinken in haar werk, dat is doordrongen van politiek en maatschappelijk engagement. In De gezichtslozen, Gescinska’s nieuwe novelle die deze week verschijnt, vertrekt kunstfotograaf Mona naar Beiroet voor een reportage over Palestijnse vluchtelingenkampen, ‘de rattenholen van het zuiden’. Ze raakt bevriend met het Libanese koppel Ruba en Juhaina, en de Palestijnse Suhaila. Zij is geboren in een schuilkelder in een van de kampen: Bourj al-Barajneh. Via Suhaila leert Mona ook Basma kennen, Suhaila’s moeder. In tegenstelling tot haar dochter woont zij nog altijd in het kamp. Hoe meer tijd Mona doorbrengt in Bourj al-Barajneh, hoe meer ze zichzelf en haar westerse blik op de complexe vluchtelingenproblematiek die Beiroet zo zichtbaar heeft getekend, begint te bevragen.
Met De gezichtslozen dwingt Gescinska de lezer om, via Mona, een blik in de spiegel van het eigen ongemak te werpen: welke positie neem je in als (geprivilegieerde) buitenstaander, gezegend met de luxe van een huis, een leven, een bestaan en blinde vlekken? Als Mona, eenmaal terug in België, door Ruba wordt gewezen op de vele staatlozen en mensen zonder geldige verblijfsvergunning in Europa, besluit ze haar camera op hen te richten, de mensen ‘in de schaduw van mijn eigen bestaan’, voor wie ze nooit oog had. ‘Verontwaardigd zijn over een gebrek aan menselijkheid bij anderen is makkelijker dan dat gebrek bij jezelf bespeuren,’ concludeert Mona.
Verkies betrokkenheid boven afzijdigheid, lijkt Gescinska te willen zeggen. Zelf voegde ze de daad bij het woord door zich in 2019, op verzoek van Guy Verhofstadt, verkiesbaar te stellen voor het Europees Parlement. Het werd een kort uitstapje, ze werd niet verkozen, maar schreef over haar ervaring wel een boek: Intussen komen mensen om. In 2023 werd Gescinska voorzitter van PEN Vlaanderen, een mensenrechtenorganisatie die zich wereldwijd inzet voor verdrukte schrijvers en journalisten. Op zondag 16 februari vertelt ze over De gezichtslozen en haar drijfveren bij VPRO Boeken. Ook te gast is Sander Kollaard, om te praten over zijn nieuwe roman Einde verhaal.