Anke Scheeren
Blauw of de kleur van blijdschap
Ergens halverwege groep 4 waren de ouders van Egbert opgehouden hem ‘de professor’ te noemen. ‘Hij had te vroeg gepiekt misschien,’ noteert Anke Scheeren in Blauw of de kleur van blijdschap (Koppernik). Inmiddels is Egbert bijna veertig en uitgegroeid tot een man die geen spannend leven ambieert. Zijn kleurloze bestaan wordt opgeschud als hij door zijn baas naar Mongolië wordt gestuurd met als doel de steppe vol te zetten met windmolens. Het had voor de hand gelegen deze vleesgeworden antiheld en zijn kansloze missie genadeloos belachelijk te maken, maar Scheeren maakt van Egbert een man die je in al zijn onhandigheid het beste gunt. Een aangenaam onmodieuze, droogkomische roman vol versleten vloerbedekking, onwillige rolkoffers en spirituele ontmoetingen.
(Katja de Bruin)