Joenoes Polnaija en Daan van Citters speelden samen in de film ‘De Oost’. Na de opnames besloten ze terug te gaan naar Indonesië en in de voetsporen van hun opa’s te treden.  

Na alle Hollywoodfilms over Vietnam kwam er in 2020 eindelijk een Nederlandse speelfilm over onze koloniale oorlog in Azië. In Jim Taihuttu’s De Oost volgen we de naïeve soldaat Johan, die pal na de Tweede Wereldoorlog naar de Oost gaat om te vechten tegen de Indonesische rebellen. Johan sluit zich aan bij de elitetroepen van de beruchte kapitein Raymond Westerling en raakt zo betrokken bij brute vergeldingsacties en standrechtelijke executies op het eiland Celebes.

Het rumoer dat in Nederland ontstond nog voordat De Oost goed en wel te zien was, bewees nog maar eens hoe gevoelig die Indonesische Onafhankelijkheidsoorlog zeventig jaar later nog altijd ligt. Niet alleen politiek, maar ook persoonlijk. Bijvoorbeeld voor Joenoes Polnaija (1989) en Daan van Citters (1992), twee acteurs uit die film.

In De Oost spelen zij soldaten uit Westerlings terreureenheid en zo treden ze in de voetsporen van hun opa’s, die destijds deelnamen aan wat in Nederland tot 2005 officieel ‘politionele acties’ heette. Daan van Citters opa Wilhelm was commandant van de verkenningsbrigade, en beide Molukse opa’s van Joenoes vochten als Knilsoldaten aan de zijde van het Nederlandse leger. Opa Simon diende zelfs onder de later van oorlogsmisdaden beschuldigde Westerling.

Polnaija en Van Citters raakten bevriend op de set van De Oost en toen ze hoorden van elkaars opa’s besloten ze na de opnamen voor De Oost terug te gaan naar Indonesië. Het werd voor beide mannen een emotionele en confronterende reis, die centraal staat in de door Van Citters geregisseerde documentaire Kleinkinderen van de Oost.

Vriendschap

Half maart spreek ik Daan van Citters en Joenoes Polnaija in het Amsterdamse filmtheater Het Ketelhuis. We hebben het onder meer over hoe Polnaija jaren op zoek was naar antwoorden op de vragen die zijn vader en opa’s niet konden of wilden beantwoorden, hoe weinig Van Citters wist van zijn al in 1966 overleden en doodgezwegen opa, en hoe huiverig Polnaija aanvankelijk was om mee te werken aan de documentaire.

‘Ik wilde dat Daan zou kiezen, dat hij zijn woord nakwam. En hij heeft gekozen voor de vriendschap’

Joenoes Polnaija

Het gesprek gaat vele kanten op, maar alles wat we bespreken lijkt samen te komen in die ene gespannen gebeurtenis tijdens de opnamen voor de documentaire.

Daan van Citters: ‘Ik had bedacht dat Joenoes, wanneer we aankwamen op Maluku, met een Molukse vlag op het strand zou gaan staan. Want zo ben ik hier opgegroeid. Met allemaal Molukse jongeren die met RMS-vlaggen zwaaien. Toen zei hij tegen mij: mattie, ben je helemaal ziek in je hoofd? Dan belanden we meteen in de gevangenis!’

Joenoes Polnaija: ‘Daarom hadden we het er voordat we naar Indonesië vertrokken ook uitvoerig over gehad. De politieke situatie in Indonesië is nu zo dat mensen daar vijftien jaar tot levenslang vastzitten omdat ze zo’n vlag in handen hadden. Dus nee, dat gaan we niet doen bro. Ik wil het best over de RMS hebben, maar niet op Maluku, niet met Molukkers in beeld. Uiteindelijk zitten we daar toch, in het dorp van mijn familie, te praten met activistische jongeren. Terwijl ik weet dat als de Indonesische autoriteiten achter mij aan zouden willen gaan en me niet te pakken kunnen krijgen, ze mijn familie van hun bed zullen lichten. Ja, het was een heel mooie scène, maar ik zat er wel enorm mee in mijn maag. Dat slikte ik allemaal in. Toen we daarna naar Ambon gingen, waar we dat gesprek met die brandweerman hebben die zegt dat het allemaal Gods wil is, kreeg ik nog meer storing. En toen maakte Daan een grap die ik op dat moment echt niet kon hebben. Dat was de druppel. Ik kreeg van iemand een flesje water, smeet dat op de grond en rende weg. Ik hoorde achteraf dat de producent op dat moment tegen jou zei: film dit, film dit! En dat jij toen hebt gezegd: ben je nou helemaal gek geworden.’

Still uit de Kleinkinderen van de Oost

DvC: ‘Ik zei: stel je voor dat je zelf zo wordt gefilmd! Ik dacht aan Joenoes en zag: deze man is klaar nu. Hij was zo boos. Ik heb nog naar hem gezocht, maar ik kon hem niet vinden. Kijk, Joen heeft hetzelfde vuur als ik heb. Vroeger noemden ze me Daantje Vulkaantje en Joen heeft dat ook.’

JP: ‘Daarom zijn we matties.’

DvC: ‘Na een halfuur of zo kwam Joenoes terug en ik vroeg me af: wat gaan we doen? Gaat ie me hoeken? Maar hij zei “sorry” en gaf me een knuffel. Daarna hebben we gesproken. Hij keek me aan en er kwam zo veel woede uit hem stromen. Deze film heeft me duidelijk gemaakt dat intergenerationeel trauma echt bestaat. Joenoes zei: mattie, ik ben de eerste in mijn familie die jou vertrouwt en je had mij beloofd...! En ik zei: brada, kom, we gaan die scène nu wissen, want onze vriendschap is veel belangrijker dan mijn hele fokking film. We wissen die scène gewoon.’

JP: ‘Nee, niks wissen, zei ik. Je houdt je gewoon aan je woord. Als hij die scène gewist zou hebben, hoefde hij niet meer te kiezen. En ik wilde juist dat hij zou kiezen, dat hij zijn woord nakwam. En hij heeft gekozen voor de vriendschap. Hij is mijn broer, snap je. Daarom hebben we alle twee dezelfde tatoeage op onze borst laten zetten.’

De twee jongens tillen hun hemd op en laten de tatoeage zien. Het is een regel uit het liedje dat Polnaija tijdens de aftiteling zingt: ‘Ombak tau jalang pulang ka rumah’ (de golven weten de weg naar huis).

‘Onze reis naar Indonesië begon niet bij ons en ook niet bij onze opa’s, die was 400 jaar geleden al gestart’

Daan van Citters
Dat intergenerationele trauma zien we in de film terug aan de hand van een beroemd geworden experiment. Daarin krijgt een rat telkens wanneer hij kersenbloesem ruikt een stroomstoot. Vervolgens beginnen zijn nakomelingen, die die stroomstoot nooit hebben gekregen, al te piepen bij de geur van kersenbloesem. Wat is jullie kersenbloesem?

JP: ‘Wantrouwen. Bijvoorbeeld wanneer Daan iets belooft. Wat zich dan allemaal wel niet in mijn hoofd afspeelt voordat ik kan zeggen: oké, ik vertrouw je. Terwijl ik weet dat hij het allemaal goed bedoelt. Dat is echt het gevolg van dat intergenerationele trauma.’

Omdat Daan wit is?

JP: ‘Ja, dat wantrouwen zit diep. Daarom heeft het ook tweeënhalf jaar geduurd voordat ik ja kon zeggen tegen de documentaire. En zelfs toen zei ik: oké, laten we het proberen. Niet: yes, let’s go, man! Maar heel zuinig: laten we het proberen. En die uitbarsting op Ambon, dat gebeurt alleen bij mensen van wie ik hou, aan wie ik waarde hecht. Daarom zei ik ook: wis het niet, zorg gewoon dat je nakomt wat je hebt beloofd. Dan geef ik hem de ruimte om dat wat in mijn hoofd zit te ontkrachten en ik geef mezelf de ruimte om te accepteren dat het niet waar hoeft te zijn wat ik altijd zo gevoeld heb. Ik heb drie kinderen en wil dat die straks gewoon kunnen genieten van de geur van kersenbloesem. Want kersenbloesem ruikt lekker.’

En jij?

DvC: ‘Mijn kersenbloesem is schaamte. Ik heb best veel moeten opofferen om deze film te kunnen maken. Mijn vader vroeg me ook regelmatig waarom ik het verleden niet los kon laten en gewoon kon doorgaan met mijn leven. Maar ik moest dit eerst een plek geven. Ik heb die schaamte mijn hele leven gevoeld. Ik schaam me voor de systemen die zijn gecreëerd en waaraan mijn familie – ik kom uit een adellijk geslacht, mijn voorouders zaten bij de VOC – een bijdrage heeft geleverd. Ik heb, denk ik, ook een deel van de pijn die mijn opa voelde in me. Daarom komt de brief die een vriend van mijn opa in 1966 voorlas op zijn begrafenis en die ik aan het eind van de film voorlees aan Joenoes keihard binnen. Omdat Joenoes in de beschrijving van mijn opa gelijk mij herkende. Weet je, ik heb nog een voice memo van vlak voordat we weggingen. Toen had ik Joen nog niet verteld over mijn voorouders en de VOC, misschien wel omdat hij het altijd over systemen had. Ik vroeg hem: wat nou als dat systeem deels door mijn voorouders is gemaakt? Joenoes zei toen: dat maakt niet uit, mattie. Jij bent een Van Citters. Jullie komen uit Zeeland. En VOC-schepen die naar de Molukken gingen vertrokken vanuit Westkapelle. Wij zijn al 400 jaar met elkaar verbonden! Dat was een heel gek besef. Onze reis naar Indonesië begon niet bij ons en ook niet bij onze opa’s, die was 400 jaar geleden al gestart. Ik krijg weer kippenvel als ik daaraan denk.’

Kleinkinderen van de Oost

Kleinkinderen van de Oost was de openingsfilm van het Movies That Matter Festival en is vanaf 6 april te zien in de bioscopen en kun je streamen bij Amazon Prime.