In de heerlijke documentaire 'Bart en de zoektocht naar de dubbelganger' probeert kunstenaar Bart Eysink Smeets (1988) zijn evenbeeld te vinden. "Niet iedereen is uniek of talentvol. Dat kan toch niet?"

Deze vrolijke film lijkt ontstaan te zijn uit ergernis. Klopt dat?

Bart Eysink Smeets: ‘Tegenwoordig wordt in de maatschappij veel nadruk gelegd op het belang van uniek zijn, want als je uniek bent dan kom je er wel. Volgens mij is dat idee een bron van allerlei spanningen en ontevredenheid. Mensen zijn bijvoorbeeld ontevreden met hun baan omdat ze vinden dat iets anders beter bij ze past. Ze hebben een unieke set talenten waarmee ze veel meer zouden kunnen doen. Denken ze. Maar ze kunnen beter denken: ik heb deze baan en verdien er geld mee, prima. Het idee uniek of uitverkoren te zijn veroorzaakt alleen maar onvrede. Uiteindelijk zijn de meeste mensen natuurlijk min of meer hetzelfde. Niet iedereen is uniek of talentvol. Dat kan toch niet?’

Een totale inflatie van het begrip uniek.

‘Ja, maar het probleem is dat ik mezelf wél uniek vind. Dat is het gênante. Ik ben ook opgegroeid met het idee dat ik bijzonder ben. En met het idee dat je dit ook moet laten zien. Hard werken dus. Maar goed, als er iemand is die van jongs af aan hoorde dat hij uniek en speciaal was, ben ik het wel. Als ik mijn moeder ernaar vraag, zegt ze, en dat is een beetje onbescheiden om te vertellen: “Jij had echt astronaut kunnen worden.” Ik was heel slim. Goed in wiskunde en zo, maar ook in tekenen. Dus ik had astronaut en kunstenaar kunnen worden als ik dat had gewild. Nou ja, daar moet je volgens mij ook wel sportief voor zijn.’

Je zoektocht begon met flyeren en met stickers en posters waar je eigen hoofd op stond.

‘Eerst heb ik in mijn omgeving rondgevraagd en daarna ging ik posters ophangen en stickers plakken. Dat was wel grappig en ik kreeg ook foto’s opgestuurd van mannen die een selfie hadden gemaakt naast zo’n sticker, maar dat waren er niet zo veel. Ging niet echt hard. Maakte ook niet uit. Het was meer bedoeld als een startschot voor de film. Zo van: het zoekseizoen is geopend.’

Het zoeken ging verder op sociale media.

‘Dat was ook wel logisch. Facebook is een digitaal boek met allemaal gezichten, faces. Ik had dat weleens gezien en het zit ook al in de naam Face-book. Daar kun je gezichten vinden, dus zou het wel gek zijn om daar niet te zoeken. Kan heel makkelijk en je kunt ook mensen taggen. Ik heb ook in het buitenland geadverteerd, maar een van de problemen was dat mensen steeds met beroemdheden aan kwamen zetten. Snap ik wel. Als jouw broer op mij lijkt, denk jij misschien: dat is totaal iemand anders dan Bart, die gast van de film. Omdat je niet alleen het gezicht van je broer in je hoofd hebt, maar het hele broerbeeld. En mensen die je van televisie kent beoordeel je alleen op uiterlijk. Daarom is het ook best moeilijk om voorbij die beroemdheden te komen.’

Met hoeveel potentiële lookalikes heb je contact gehad?

‘Rond de 35. Maar, en dat is ook nog een verhaal, ik heb echt enorme belangst. Bellen stel ik zo veel mogelijk uit. Vind ik verschrikkelijk. Dat is een probleem. En dan is er nog een probleem: ik werk eigenlijk veel liever samen met vrouwen dan met mannen. Helemaal als het leeftijdsgenoten betreft. Het gaat tegenwoordig iets beter, maar mannelijke leeftijdsgenoten vind ik niet zo prettig. Dan voelt het een beetje alsof ik weer op het schoolplein van de middelbare school ben.’

Concurrenten?

‘Ja, dat geeft wel spanning. Dus deze film maken was eigenlijk mijn nachtmerrie, omdat ik de hele tijd met al die jongens moest bellen en allemaal persoonlijke vragen moest stellen. Hoe lang is je haar nu? Wil je nou echt naar de kapper? Zou je het even een halfjaar willen laten groeien? En ook: het is prima als je toch naar de kapper gaat, maar dan hoef ik je niet in de film. Nou, daar heb ik wel van wakker gelegen.’

Een van je dubbelgangers heeft zich zelfs als jou voorgedaan.

‘Tijdens het maken van deze documentaire werd mijn vorige film, Bart en de steen die naar huis ging, genomineerd voor de Noorderkroon Award in de categorie beste documentaire. De bekendmaking van de winnaar en de uitreiking zouden plaatsvinden op het Noordelijk Filmfestival, maar ik kreeg het rond die tijd steeds drukker. Mijn vriendin was zwanger en zij en de jury waren ongeveer op dezelfde dag uitgerekend. Ik stond op het punt vader te worden en heb met haar besproken wat ze liever wilde: dat ik bij de bevalling zou zijn of, mocht ik hem winnen, de award ging ophalen.’

Hoe vaak win je nu een heuse award?

‘Mijn vriendin verwachtte wel dat ik erbij was, bij de bevalling, dus ik kon niet naar de uitreiking. Toen heb ik Roel, een van de andere “Barts” gevraagd om de prijs niet namens maar áls mij in ontvangst te nemen. Het was ook zo’n mooi moment om iets met die dubbelganger te doen voor de film, want ik had echt een goede reden om er niet bij te zijn. Hij twijfelde en ik moest eerst voor hem uitzoeken of je de Formule 1-wedstrijd kon terugkijken, omdat hij die niet wilde missen. Nou, dat bleek te kunnen en toen heeft hij de prijs opgehaald. Bij de uitreiking kondigt de juryvoorzitter Roel aan met: “Dit is Bart Eysink Smeets.” Gewoon perfect. Daarna wordt hem ook nog gevraagd naar zijn volgende film, deze dus. Hij antwoordt dan dat hij iets met de uniciteit van de mens wil doen. Nou, dat vond ik echt zo goed. Naderhand heb ik nog wel contact opgenomen met het festival om het uit te leggen, maar die juryvoorzitter interpreteerde mijn verklaring verkeerd. Hij dacht dat ik in de hele film over de steen een dubbelganger had laten spelen en was er nog steeds van overtuigd dat ik degene was die de prijs in ontvangst had genomen.’

Heb jij iets aan je uiterlijk gedaan voor de film?

‘Nou, dat was ook nog moeilijk, want mijn haar werd natuurlijk ook steeds langer. En in de zomer wordt het altijd veel blonder. Dan lijk ik weer op andere jongens dan in de winter, toen ik met het project begon. Kijk, jouw kapsel is altijd hetzelfde, maar die bos haar van mij kent allerlei variaties. Na het wassen is het soms heel kroezig en als je dan jongens gaat zoeken met een vergelijkbaar kapsel kan het toch heel erg uiteenlopen. Van kroezig tot lang. Maar goed, misschien hoort het ook bij dit project dat ik steeds mierenneukeriger ben geworden. Mijn vriendin zei tijdens het maken steeds dat het niet per se om iemands gezicht gaat. Volgens haar is dat niet het belangrijkste, terwijl ik van mening ben dat het daar juist wel om gaat. Heel irritant dat zij altijd met totaal andere invalshoeken komt. Aan de andere kant, als je er langer over nadenkt is het ook wel interessant, want zij zegt: “Het is gewoon de manier waarop jij loopt. Als ik jou bijvoorbeeld in de verte zie in de stad maakt het niet uit welke kleur haar je hebt. Het is meer de manier waarop je loopt en hoe je in je schouders hangt. Dat is wie je bent en zo herken ik je. Niet aan de vorm van je neus.”’

Afbeeldingen van Eysink Smeets’ tatoeages, bestemd voor de dubbelgangers

Je hebt jezelf toch ook voorgedaan als een van je dubbelgangers?

‘Tussen alle namen van beroemdheden die getipt werden, zat ook muzikant Joseph Mount van de band Metronomy. Toen ik las dat hij naar TivoliVredeburg kwam voor een optreden heb ik contact gezocht in de hoop op een ontmoeting. Dat leek eerst te lukken, maar het liep toch spaak. Ik was wel in de zaal tijdens het concert, maar daar mocht ik niet filmen. Toen ben ik best wel wat bier gaan drinken en bedacht ik dat het misschien leuk zou zijn om na afloop van het concert iets te gaan doen. Van tevoren had ik uitgezocht welke kleren Joseph tijdens zijn tournee droeg. Ik had hetzelfde aangetrokken en het bleek inderdaad overeen te komen met de kleding die hij die avond aan had. Toen heb ik na het concert midden in Utrecht voor de camera, in het felle licht van een grote lamp, terwijl al zijn fans langsliepen, een interview gegeven in het Engels. Mijn broer stelde de vragen. Bijna iedereen dacht: wow, daar staat de ster! Het ging echt helemaal los. Heel veel meiden, en ook jongens, die met mij op de foto wilden en handen kwamen schudden. Echt leuk.’

Uiteindelijk heb je al je dubbelgangers uitgenodigd voor een potje voetbal. Wat zag je toen?

‘Weet ik niet zo goed. Benny Sings, een van hen, omschreef het wel goed. Hij zei: “We zijn eigenlijk allemaal een beetje friendzoners.”’

Friendzoners?

Zeg maar jongens die een meisje of jongen hebben ontmoet en daar misschien wel mee willen zoenen terwijl die ander denkt: liever niet. Leuk dat we bevriend zijn, maar we gaan niet van de friendzone naar de loverzone.’

het artikel gaat verder onder dit kader

Jason Staal

1983, muzikant

Bart en muzikant Jason

'Bart benaderde mij via Instagram. Ik had al van zijn project gehoord en wilde eerder reageren, maar ik ben een ook een luie muzikant en dacht: dat komt nog wel. We hebben samen een clip gemaakt bij het door mij geschreven liedje “Beter dan dit. Dat heb ik ooit nog gepitcht bij Nick en Simon in hun programma I Want Your Song, maar het ging niet hun nieuwe hit worden. “Laten we een beetje dezelfde kleren aantrekken,” zei Bart en hij kwam met dikke witte coltruien aanzetten terwijl het heel warm was. De clip staat op YouTube en het is bijna niemand opgevallen dat ik niet zelf in beeld ben. Iedereen denkt dat ik het ben. Alleen een vriend vroeg na het zien van de video wat er met mijn gebit was, verder had niemand argwaan. Heel erg leuk. Op de elftalfoto ben ik de vierde van links in de bovenste rij. Toen we die middag bij elkaar kwamen dacht ik: dit is het slechtste idee ooit. Wij dikkerds worden straks helemaal weggespeeld door dat andere team. Daar speelde mijn veertienjarige zoon in. En dat gebeurde ook. Na afloop was ik helemaal kapot. Ik denk dat ik van iedereen het meeste op Bart lijk. Want in de voetbalkantine stond een bord met daarop al onze foto’s en namen. Onder mijn foto had Bart “mezelf” geschreven, dus hij had ons ook verward.’

Maar ze lijken allemaal wel op Bart.

‘Ja, dat was ook een beetje een probleem. Ik heb geprobeerd kandidaten te selecteren die ook op elkaar lijken. Lastig, want veel van hen lijken wel op mij, maar niet op elkaar. Ze hebben allemaal iets van Bart, alleen lang niet altijd van elkaar.’

Maar bij elkaar vormen ze de hele Bart.

‘Samen zijn ze de hele Bart.’

Ik zie de film als een goede grap. Of is dat een belediging?

‘Dat is zeker een belediging, maar… ook weer niet. Want ja, al mijn projecten zijn een beetje een grap omdat ze daar veel kenmerken van hebben. Er zit humor in. Vanuit een heel simpel gegeven probeer ik een zo groot mogelijke wereld, een enorme olievlek, te creëren. Dat ene kleine ideetje is de basis, net als bij grappen. Die zijn ook klein, maar ze maken iets los, al is alleen grappig niet genoeg. Iets kan vreemd en herkenbaar zijn, dat is de grapstructuur die ik ook in mijn kunst gebruik. Dat het logisch is om te doen én superonlogisch. Zin en onzin die in hetzelfde ding zitten. Dat is de basis van al mijn werk.’

Wat wordt je volgende grap, pardon, project?

‘Ik ben nu een film aan het maken waarbij ik niemand anders nodig heb. Die draait alleen om mij.’

Oké…

‘Eigenlijk wil ik ook helemaal niet dat het over mij gaat. Kijk, deze film had ik ook met en over jou kunnen maken. Alleen had ik je dan meer dan een jaar moeten claimen. Nu ging het wat sneller en ook beter. Bij de VPRO zeggen ze dat ik egodocumenten maak. Vind ik niet, want ik háát egodocumenten. Dat is dus mijn probleem: een paradox.’

de nieuwste documentairetips in je mailbox?