‘Putain.’ Het is het eerste woord dat gesproken wordt in de gelijknamige serie en het komt in bijna elk gesprek daarna wel voorbij. Daarmee is de toon voor deze Belgische productie gezet: Putain is niet voor teerhartige types. ‘Putain’ betekent ‘hoer’, maar wordt door Franstaligen nog het vaakst gebruikt als het Nederlandse ‘godverdomme’, dus als algemene vloek. En vloeken, dat doet de jonge hoofdrolspeler Gigi (Liam Jacqmin) regelmatig. Niet enkel omdat hij zoals de meeste puberende tieners boos is op zijn ouders, de school en op de wereld in het algemeen. Dat is Gigi óók, maar waar de meeste pubers lichtelijk overdrijven, is de woede bij hem volledig begrijpelijk.
Waar te beginnen? Toch maar bij de ex-verslaafde moeder Anaïs (Liesa Van der Aa), die het, ook al gaan alle alarmbellen af, een goed idee vindt om weer een relatie met haar ex-vriend aan te zwengelen, een man die naar eigen zeggen ‘clean’ is, maar dat geenszins uitstraalt.
Vader Thierry (Gorik Van Oudheusden) lijkt aanvankelijk nog de rol van enigszins stabiele ouder te vervullen, maar ook hij faalt binnen de kortste keren hopeloos. Niet eens omdat hij een weinig succesvolle crimineel is, maar omdat hij liever dronken staat te sjansen in een sjofel café dan dat hij voor zijn zoon zorgt.
En dan is er nog de school, dat een bastion van stabiliteit zou kunnen zijn, ware het niet dat het stigma van ‘een junkie als moeder’ nogal beklijft. Als er op de school drugs worden verkocht en de roddel wordt verspreid dat Gigi de dealer is, is men er als de kippen bij om hem onterecht te beschuldigen.