Filmmaker Judith de Leeuw bleef uit de buurt van kunstenaar Tinkebell om de ziel van Katinka Simonse bloot te leggen. Het leverde een waar audiovisueel kunstwerk op.

Tinkebell (Katinka Simonse, 1979) is zelf haar eigen kunstwerk: alles wat ze op haar levenspad tegenkomt kan onderdeel worden van haar activistische verhaal. Aan filmmaker Judith de Leeuw (1981) de taak om daar doorheen te breken. Het oogstrelende eindresultaat Tinkebell - who killed the blue bird? bleek een ‘enorme, professionele uitdaging’.  

Waarom moest deze film er komen?
Judith de Leeuw (1995)
: ‘Katinka is, zoals ik het zie, niet heel anders dan andere mensen. Maar omdat zij alles zo uitvergroot zie je alles beter bij haar. Daarom vond ik haar heel erg geschikt als hoofdpersoon voor een universele film over het leven en ouder worden.’

Hoe ging je te werk?
‘Tinkebell is zó sterk in het vertellen van haar eigen verhaal voor de camera, dat je er bijna niet doorheen komt. Ik had het idee dat ik daar alleen voorbij kon gaan, door een andere route te nemen. Daarom dook ik de archieven in: al het beeldmateriaal dat er bestaan van Katinka – zo’n 380 uur – heb ik verzameld: beelden uit het publieke archief, uit haar jeugd en van de mensen om haar heen. Ik kreeg ook al het materiaal van documentairemakers die eerder geprobeerd hebben een film over haar te maken, maar waarbij het project halverwege is gestrand.’

Het lukte jou wel.
‘Ja, ik denk dat dat kwam omdat ik bij haar uit de buurt bleef. Ze vertelde dat ze het vervelend vond om afspraken te moeten maken met een cameraploeg.’

Tinkebell

Moest je haar vertrouwen winnen?
‘Ze zei eigenlijk heel snel “ja”. Ze kwam direct met haar oude computers en de inhoud van haar telefoon aanzetten, inclusief bestanden over gedoe met de belastingdienst, haar huwelijk en exen en een opgenomen therapiesessie. Er waren geen restricties. Ook in die zin is ze dus heel radicaal, ruimhartig en zonder zelfbescherming.’

Dat laatste maakt sommige scènes pijnlijk om te zien, zoals het verdriet over haar sterilisatie en de bloedneuzen die ze overhield aan het maken van kunstwerken van stof van Tata Steel. Heb je overwogen om in te grijpen?
‘Ik worstelde enorm met hoe ik mij tot haar moest verhouden: hoe moest ik het narratief opbouwen? En de neiging om haar tot inzicht te brengen herken ik wel, maar ik heb ontdekt dat het beter is om dat los te laten. Iemand volledig te laten zijn in hoe zij is, is volgens mij eerder de weg naar compassie.’

En haar reactie?
‘Katinka vindt het een mooie, poëtische film, maar ze distantieert zichzelf ervan. Tijdens een van onze nagesprekken zei ze: “Deze film is een vorm van zelftherapie: totáál nutteloos voor de wereld.” Dat maakte voor mij heel duidelijk dat wij aan verschillende kanten van een spectrum staan: Katinka redt de wereld door naar buiten te trekken, ik ben meer geïnteresseerd in de blik naar binnen.’

Het uur van de wolf

dinsdag 27 februari

NPO 2 22.20-23.40

de nieuwste documentairetips in je mailbox?